Visit the political website Lode Vereeck Prof.dr. Lode Vereeck

De ene Van Overtveldt is de andere niet

Saturday 6 February 2016  Ruben Mooijnman

 

Dat minister Johan Van Overtveldt geen voorstander is van veel schuld, is zwak uitgedrukt. Maar nu stelt hij als wetenschapper vast dat een hoge schuld de economische groei op lange termijn niet aantast. Al mag dat geen vrijbrief zijn om dan maar tegen de sterren op te lenen.

Landen waar de overheid en de gezinnen diep in de schulden zitten, groeien op lange termijn niet trager of sneller dan landen met weinig schuld. Dat is de conclusie van een wetenschappelijk onderzoek dat minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) en senator Lode Vereeck (Open VLD) samen met Willem Vanlaer en Wim Marneffe onlangs hebben gepubliceerd in de European Journal of Government and Economics. Alle vier zijn ze verbonden aan de Universiteit Hasselt.

Opmerkelijk, want als politici zijn Vereeck en vooral Van Overtveldt voorstanders van een harde begrotingslijn. Europese landen moeten hun schuld terugdringen tot de Europese norm van 60 procent. Dat geldt voor België, waar Van Overtveldt als nationaal schatbewaarder een consequent bezuinigingsbeleid voert. En dat geldt ook voor een land als Griekenland.

Binnen de eurogroep behoort Van Overtveldt tot de medestanders van de Duitse hardliner Wolfgang Schäuble. Hij vindt dat de Grieken er alleen weer bovenop kunnen komen door de tering rigoureus naar de nering te zetten. Dat beleid is omstreden, want veel economen wijzen erop dat de bezuinigingen de economie verstikken en een vrijwel permanente recessie in de hand hebben gewerkt, die de schuld juist doet oplopen. De auteurs van de studie lijken bereid dat onder ogen te zien. Ze opperen de mogelijkheid dat lage groei een hoge schuld in de hand werkt, in plaats van andersom.

 

Rogoff & Reinhart

Dat is niet alleen in politieke zin een discussie waarover de gemoederen hoog oplopen, ook in academische kringen is er veel inkt over gevloeid. Centraal in die discussie staat een paper uit 2010 van de wetenschappers Kenneth Rogoff en Carmen Reinhart, allebei verbonden aan de universiteit van Harvard. In die paper, Growth in a Time of Debt, poneren ze aan de hand van empirische data de stelling dat de economische groei van landen significant afneemt wanneer de staatsschuld het peil van 90 procent overschrijdt.

De studie kon bij voorstanders van begrotingsorthodoxie op veel bijval rekenen - onder anderen Europees commissaris Olli Rehn verwees er naar in een toespraak - maar veroorzaakte tegelijk een verhit debat in academische kringen. Vooral toen bleek dat Rogoff en Reinhart slordig waren omgesprongen met de cijfers waarop ze hun stelling bouwden.

Ook Van Overtveldt en Vereeck verwijzen in hun studie naar Reinhart en Rogoff. ‘We wilden aan het debat een nieuw aspect toevoegen’, zegt Vereeck. ‘We hebben niet alleen naar overheidsschuld gekeken, maar ook naar de schuld van bedrijven en gezinnen. Dat zijn immers in veel opzichten communicerende vaten. Neem de financiering van universitaire studies: in België draagt de overheid de zwaarste lasten, maar in landen waar dat niet het geval is, zoals Nederland en de VS, gaan particulieren vaak schulden aan om de studies te financieren.’

 

Dure vitaminekuur

In hun studie stellen ze inderdaad vast dat overheidsschuld en particuliere schuld vaak in tegengestelde richting bewegen, en dat het dus zinvol is om beide samen te bekijken. Maar de conclusie dat een hoge totale schuld de groei niet aantast (en evenmin bevordert), mag geen vrijbrief zijn om dan maar tegen de sterren op te lenen, legt Vereeck uit. ‘Wat dat betreft, verschil ik van mening met Paul De Grauwe.’

De professor van de London School of Economics is een bekend voorstander van meer schuld, op voorwaarde dat die voor de financiering van investeringen wordt gebruikt. Door de lage rente kan een land zijn economie op die manier goedkoop een duw in de rug geven, klinkt het. De Grauwe beweert dus ongeveer het tegendeel van Reinhart en Rogoff: meer schuld leidt in bepaalde omstandigheden tot meer groei, in plaats van minder.

Maar Vereeck en zijn coauteurs stellen dus vast dat er op lange termijn geen verband is met de groei, positief noch negatief. Wel wijst Vereeck op een ander gevaar: lenen is nu wel lekker goedkoop, maar ooit moet de schuld - ook de historische - worden geherfinancierd. En misschien staat de rente dan wel veel hoger. Op dat moment wordt de economische vitaminekuur opeens een stuk duurder.

Dat er geen verband is tussen groei en schuld, doet volgens Vereeck en Van Overtveldt niets af aan de onwenselijkheid van een hoge schuld. ‘Wij hebben de economische kant van het probleem onderzocht’, zegt Vereeck. ‘Maar er is ook nog een financiële kant. De schuld moet altijd houdbaar blijven en mag geen molensteen om je nek worden. Als de rekening niet op orde is, gaat het vroeg of laat mis. Ik heb dat zelf vastgesteld toen ik in Argentinië lesgaf, en ik heb dat ook in Griekenland zien gebeuren. Die financiële houdbaarheid van de schuld staat los van de vraag of de groei erdoor beïnvloed wordt.’

De Standaard, pag. 24

← Back to overview