Visit the political website Lode Vereeck Prof.dr. Lode Vereeck

Examen voor ministers

Thursday 21 November 2002

Indien de topamtenaren een examen moeten afleggen om het te kunnen blijven, waarom zouden ministers dan geen examen hoeven af te leggen? Dat vraagt professor Lode Vereeck van het LUC zich af in een gesprek met de redactie. In zijn geval was de vraag stellen ze beantwoorden. Overigens is de professor in eerste instantie gewonnen voor de vaste benoeming van topambtenaren.

Professor Vereeck (LUC) voor vaste benoeming van topambtenaren

Aanleiding voor het gesprek is de beslissing van de Vlaamse regering om alle leidinggevende functies binnen de Vlaamse ambtenarij vacant te verklaren. In het totaal gaat het om een 70-tal functies bij de 13 kerndepartementen en bij de VOI's zoals Kind & Gezin, VDAB, Vlopera, VRT... De nieuwe managers moeten tegen 2004 op post zijn en krijgen een mandaat van zes jaar dat één keer verlengd kan worden. De huidige topambtenaren mogen zich allemaal kandidaat stellen.


Vier argumenten

Professor Lode Vereeck is helemaal niet gewonnen voor een systeem waarbij de topambtenaren zich steeds opnieuw moeten bewijzen. Hij is daarentegen een uitgesproken voorstander van de vaste benoeming en meent daar goede argumenten voor te hebben. We lijsten ze samen met de professor op.

Argument 1. Topambtenaren moeten zich onafhankelijk van de politiek kunnen opstellen. Alleen dan kunnen ze zich richten op een langere tijdshorizon dan de electorale tijdshorizon van vier (federaal) of vijf (Vlaams) jaar van de politici. Het gegeven dat veel ministeries nu vol politiek benoemde mensen zitten die niet noodzakelijk de besten zijn, doet volgens de professor niets af van zijn redenering. Het geeft alleen maar aan dat men het benoemingssysteem heeft misbruikt.

Argument 2. De overheid houdt zich bezig met heel specifieke producten zoals een leger, dijken, onderwijs. De kostprijs van deze producten kan men tot op de laatste eurocent berekenen. Maar de economische waarde van deze producten is onmogelijk te berekenen. Het gevolg hiervan is dat men het loon van de mensen die werken aan deze producten niet kan koppelen aan winstcijfers. Wil men deze mensen toch stimuleren, dan moet men hun secundaire arbeidsvoorwaarden verbeteren. De vaste benoeming is zo'n secundaire arbeidsvoorwaarde.

Argument 3. Alleen mensen die vastbenoemd zijn, zullen er voor zorgen dat in hun diensten de allerbeste mensen werken. Mensen die niet vast benoemd zijn, zullen dat niet doen omdat ze anders de eigen concurrentie in huis halen.

Argument 4. Bazen verdienen in feite te veel en hun personeel in feite te weinig in verhouding tot wat ze presteren. Toch is dit economisch verantwoord, want het maakt dat weinigen protesteren en iedereen hard werkt in de hoop zelf ooit baas te worden. Men noemt dit de tornooitheorie. Maar die wordt nu doorkruist met het mandaatsysteem. Het laat externen immers toe om meteen in de finale mee te dingen naar de job van superbaas, zonder dat ze aan de voorrondes deelnemen. Het laat zich zo raden dat men in dat geval onderbetaling niet langer zal aanvaarden.


Ministersexamen

Allemaal goede argumenten voor de vaste benoeming. Maar het grote nadeel van de vaste benoeming is dat eens die binnen is, men zonder enig risico op sanctie of ontslag aan een winterslaap kan beginnen.

Professor Lode Vereeck weet dat natuurlijk ook en rekent hier op het Rekenhof. Dat hof zou niet alleen de boekhouding moeten nakijken, maar ook aan performantie-analyse moeten doen.

Een ander argument tegen de vaste benoeming is dat topambtenaren er niet zijn voor zichzelf, maar om het beleid van de regering uit te voeren. Ook deze redenering kan professor Lode Vereeck volgen. In dat geval pleit hij voor het Amerikaans systeem waarbij topambtenaren samen met de ministers komen en gaan. En in dat geval dringen zich strenge selectieprocedures op om zeker de beste mensen te krijgen. "Maar niet alleen voor de topambtenaren, ook voor de ministers", vindt Lode Vereeck, "want uiteindelijk zijn het de ministers die de eindverantwoordelijkheid dragen voor het beleid."

In dat examen voor ministers zou professor Vereeck naast een psycho-medische test en voor federale ministers een taaltest over de andere landstaal ook een assimilatietest steken. Die moet aantonen of een kandidaat-minister zich snel nieuwe dossiers eigen kan maken.

 

Minister-president Patrick Dewael, minister vice-president Steve Stevaert, voormalig Vlaams minister van Begroting Wivina Demeester, ze hadden gisteren alle drie hetzelfde commentaar op het voorstel van professor Vereeck om ook ministers aan een examen te onderwerpen: "We leggen om de vier, vijf jaar examen af voor de kiezer."

Het mag duidelijk zijn, de ministers zijn niet kapot van het voorstel-Vereeck. Ministers worden in principe benoemd op basis van hun vermeende capaciteiten in combinatie met hun populariteit. Bij de volgende verkiezingen worden ze afgerekend. De burger kan perfect inschatten of een minister het kan of niet kan. Maar voor ze minister worden hebben ze meestal al een lange weg afgelegd.

Het alternatief voorstel van professor Vereeck om bij een mandaatsysteem het mandaat van de topambtenaren te laten samen vallen met dat van de ministers, vindt wel genade. Maar stuit dan weer volgens Steve Stevaert op... Belgische bezwaren: "In Amerika zijn er twee partijen en is het zelfs logisch dat de topambtenaren komen en gaan met de regering. Maar hier zijn er heel veel partijen en blijven er na verkiezingen altijd een aantal partijen in de regering terwijl de andere partijen moeten opstappen." 

.pdf Het Belang van Limburg, p 4.

← Back to overview