Visit the political website Lode Vereeck Prof.dr. Lode Vereeck

Ja, er is toekomst voor de autosector in Vlaanderen

Thursday 21 January 2016  Lode Vereeck

Om de autoproductie in Vlaanderen te verankeren heeft de Vlaamse overheid in het begin van deze eeuw (1999-2009) ruim 175 miljoen euro aan subsidies in de sector gepompt. In de vijf volgende jaren (2009-2014) werd het gaspedaal nog verder ingeduwd. Maar liefst 92 miljoen euro aan subsidies werd uitgekeerd. Het ging daarbij om steun voor opleidingen, investeringen, ecologische ingrepen en onderzoek & ontwikkeling. De centen werden uitbetaald via het Agentschap Ondernemen, het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) en het platform Flanders’ Drive.

Het gros van dat geld vloeide naar de grote auto- en busproducenten zoals Ford Genk, Opel Antwerpen, Volvo Gent, Van Hool en VDL Jonckheere. Ford was de grote slokop, goed voor een kwart van alle middelen. De rest ging naar kleinere producenten en toeleveranciers zoals DAF Trucks Vlaanderen en Toyota Motor Europe.

Verder investeerde Vlaanderen tussen 2009 en 2014 voor 42 miljoen euro in het aandelenkapitaal van de Vlaamse automobielindustrie via de participatiemaatschappij PMV, de Limburgse reconversiemaatschappij LRM en de Vlaamse Participatiemaatschappij. Er werden ook voor ruim 200 miljoen euro waarborgen toegekend.

 

Subsidie-effecten

De Vlaamse regering heeft nooit de effectiviteit van die subsidiestromen willen of durven berekenen. Maar één ding is duidelijk: al het subsidiegeld heeft niet kunnen verhinderen dat Opel Antwerpen en Ford Genk vertrokken zijn, ondanks alle mooie beloften en zonder dat een nieuwe autofabrikant hun plaats innam. Met subsidies strooien mag dan leuke politieke marketing zijn, bedrijven hebben vooral nood aan een structureel gezond ondernemingsklimaat. Enkel subsidies voor O&O hebben een meetbaar, aanjagend effect op de investeringen in innovatie.

Vandaag ziet de toekomst voor de Vlaamse automobielindustrie er positief uit. Waarom lukt nu wel met Volvo Gent en Audi Brussel, wat met Opel en Ford niet is gelukt? Ik zie een viertal redenen.

Ten eerste is door het verdwijnen van de fabrieken in Antwerpen en Genk een stuk van de overcapaciteit in de Europese automobielsector verdwenen, waardoor de huidige fabrikanten weer rendabeler kunnen produceren.

Ten tweede beschikken Audi en Volvo over enkele commerciële succesmodellen. Dat is geen toeval, maar het resultaat van doorgedreven innovatie. Beide fabrikanten zijn dan ook voortrekkers, niet het minst op het vlak van veiligheid. De waarheid is dat Ford de boot gemist heeft. Zo was de Genkse Mondeo een degelijke wagen, maar niet hip.

Ten derde gooit de (federale) overheid het vandaag over een heel andere boeg. Haar structureel beleid is erop gericht de concurrentiekracht van onze bedrijven te verhogen door de loonkosten te verlagen. Daardoor wordt de maakindustrie in België weer goedkoper ten opzichte van onze naaste concurrenten in de buurlanden, en kan handenarbeid in sommige gevallen weer een valabel alternatief zijn voor robotisering en automatisatie.

 

Taxshifts

Zo ziet Audi Brussel haar loonlasten met 75 miljoen euro dalen als gevolg van de taxshifts, de indexsprong en enkele specifieke maatregelen zoals kortingen op de bedrijfsvoorheffing voor nacht- en ploegenarbeid. Die maatregelen zijn structureel en gelden - voor alle duidelijkheid - voor alle bedrijven. Ook de daling van de sociale zekerheidsbijdragen van 33 naar 25 procent scheelt al gauw enkele slokken op een borrel.

Ten vierde kunnen hoogtechnologische ondernemingen hun investeringskosten voor innovatieve producten aftrekken van hun belastingen. De regering maakt daarvoor 80 miljoen euro vrij in het kader van de tweede taxshift. De maatregel is van toepassing op het elektrische model dat Audi in Vorst gaat bouwen. Ook de regionale overheden doen hun subsidieduit in het zakje. Vlaanderen, Brussel en Wallonië trekken samen 27 miljoen euro uit voor de omscholing van het Audi-personeel, dat de elektrische auto zal bouwen.

Ja, er is een mooie toekomst voor de automobielsector en voor de maakindustrie in Vlaanderen. Dat is te danken aan een dubbele omslag die is ingezet. Enerzijds voeren onze overheden een meer structureel beleid van lastenverlagingen, nu gebleken is dat bedrijfsspecifieke subsidies (met uitzondering van O&O) niet of nauwelijks werken. Het waren slechts tijdelijke pijnstillers voor de hoge loonlasten die vandaag door de taxshifts en de indexsprong rechtstreeks worden aangepakt.

Anderzijds trekken de autofabrikanten in ons land resoluut de kaart van innovatie, wat een noodzakelijke factor voor succes en overleven is. De fiscale aftrek ondersteunt die omslag. Om nieuwe fabrikanten aan te trekken, moet ons land nu de boer op om zich te verkopen als dé markt waarop buitenlandse spelers aanwezig moeten zijn om mee te zijn met de nieuwste ontwikkelingen. De productie van een 100 procent elektrische SUV in Vorst is alvast een mooi visitekaartje dat onze automobielsector kan afgeven.

Lode Vereeck

Hoogleraar economie aan de Universiteit Hasselt en Open VLD-senator

De Tijd, pag. 11.

← Back to overview