Bezoek politieke website Lode Vereeck Prof.dr. Lode Vereeck

Schuld en vriend

zaterdag 13 februari 2016  Rik Van Cauwelaert

 

Volgens de Franse stereconoom Thomas Piketty zit er voor de eurolanden niets anders op dan een schuldenconferentie bijeen te roepen. Daar valt iets voor te zeggen. Alle denkbare oplossingen om de Europese economie van de kant te duwen, zijn uitgeput. Het lijkt stilaan tijd voor de grote middelen.

Schulden maken mag, maar met mate. We hadden al een vermoeden, maar de deugdelijkheid van die stelling is nu wetenschappelijk bewezen. Vier academici van de Universiteit Hasselt - Willem Vanlaer, Wim Marneffe, Open VLD-senator Lode Vereeck en de N-VA-minister van Financiën Johan Van Overtveldt zelf - publiceerden onlangs in het European Journal of Government and Economics hun onderzoek naar de invloed van de overheidsschuld op de groei. Daarin gingen ze aan de slag met de cijfers van de overheids- en privéschuld van 26 ontwikkelde landen.

Ze kwamen tot de vaststelling dat zelfs een hoge schuld, zoals in België, op langere termijn geen nefaste invloed hoeft te hebben op de groeicijfers. Maar met de laatste alinea van de conclusies dekten de auteurs zich nog snel in: ‘Uiteraard is deze studie geen vrijgeleide voor een land of voor de privésector om een hoge schuldenberg op te stapelen zonder een zorgvuldige analyse van de projecten die door de schuldenopbouw worden gefinancierd. Ons onderzoek geeft alleen aan dat de schuld, zowel staatsschuld als privéschuld, historisch gezien doorgaans wordt aangewend op een manier die bevorderlijk is voor de groei.’

Jammer genoeg is een hoge staatsschuld veelal de weergave van fouten uit het verleden. In het Belgische geval mag het dan zo zijn dat de schuld op zich de economische groei niet al te veel drukt. De rente-uitgaven die moeten worden betaald via hogere belastingen en bezuinigingen, wegen wel op de groei. Als België met een schuld van bijna 107 procent toch het vertrouwen van de markten bewaart, is dat te danken aan de spaarzame gezinnen. Die hebben een opmerkelijk hoog netto-vermogen van maar liefst 235 procent van het bbp, tegenover 141 procent in de rest van de eurozone. Dat ondersteunt de Belgische economie. Al komt dat netto-vermogen door de extreem lage rente en de beursperikelen op de helling.

Drie jaar geleden al signaleerde de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) in haar jaarverslag dat zes jaar na het begin van de financiële crisis de staatsschuld in de meeste geïndustrialiseerde landen was gestegen naar een niveau nooit eerder bereikt in vredestijd. En dan waren de officiële schuldcijfers nog een onderschatting van de werkelijke schuldproblemen.

De BIB had het over de impliciete schuld. Dat zijn de voorwaardelijke verplichtingen die de Europese landen aangingen in de nasleep van de financiële crisis. Als die in aanmerking worden genomen, staat België vandaag in de eurozone op een weinig benijdenswaardige plaats meteen na landen als Griekenland en Ierland, Cyprus en Portugal, met een bedrag dat een pak hoger ligt dan de officiële schuldmeter aangeeft.

Alleen in ideale omstandigheden en als België een voldoende hoog primair overschot kan handhaven, is het terugdringen van de staatsschuld naar de door Europa opgelegde 60 procent mogelijk. Maar dat zit er voorlopig niet in. Met een te trage economische groei en te lage inflatie ziet het er beroerd uit. Dat is ook het aanvoelen van nogal wat economen en van de studiediensten van het Internationaal Monetair Fonds en van de Europese Unie.

 

Financiële repressie

De centraal bankiers hebben met hun opeenvolgende kwantitatieve versoepelingen een aanslag gepleegd op al dat spaargeld dat nu haast renteloos uitstaat. David Stockman, die er als adviseur bij was toen de president Ronald Reagan de Amerikaanse schulden naar een ongekende hoogte joeg, heeft het over ‘financiële repressie’. De centraal bankiers hebben de deflatoire spiraal niet kunnen afremmen. De gespannen toestanden in het Midden-Oosten, de terugval van de opkomende landen en vooral van China, verergeren het schuldenprobleem alleen maar.

De afgelopen weken hebben de stotterende beurzen nog bijgedragen aan het gevoel dat een nieuwe recessie in de maak is. Martin Wolf stelt in de Britse zakenkrant Financial Times dat we ons daar maar beter op voorbereiden en dat de centrale banken nog onconventionelere middelen zullen moeten inzetten dan hun kwantitatieve versoepelingen.

Toevallig verwees Wolfgang Münchau in zijn column in dezelfde krant naar het voorbeeld van Hjalmar Schacht, de president-directeur van de vooroorlogse Duitse Reichsbank en ook wel eens de bankier van Hitler genoemd. Om Hitlers herbewapeningsprogramma’s te financieren, bracht Schacht de beruchte obligaties van het fictieve Metallurgischen Forschungsgesellschaft (Mefo) in omloop. Die moesten verbergen dat de Reichsbank de wapenproductie financierde, wat het Verdrag van Versailles verbood. Schacht is echter vooral bekend als de man die de Weimar-republiek uit de hyperinflatie haalde. En hij zou naderhand ook de Amerikanen een moratorium aanpraten op de herstelbetalingen die na de Eerste Wereldoorlog aan de Duitsers waren opgelegd. President Herbert Hoover had daar oren naar, waardoor de Duitse economische opgang mogelijk werd.

Zo’n moratorium op de schulden van de eurolanden is wat de Franse stereconoom Thomas Piketty voorstelt om uit het slop te raken. Daar valt wat voor te zeggen. De banken die goed hebben verdiend aan de schuldenhandel - hun namen staan als bevoorrechte dealers op de website van het schuldenagentschap - moeten nu maar eens hun deel van de crisis betalen.

Niet alleen heeft de overheid, en dus de belastingbetaler, de banken uit de crisis van 2008 geholpen, waardoor de Belgische schuld opnieuw boven de psychologische grens van 100 procent steeg. De banken verdienen aan al die overheidsschuld een pak geld. Zij lenen goedkoop bij de Europese Centrale Bank. Dat geld lenen ze dan weer uit tegen een interessante rente aan de overheden. Waarna ze de schulden verpakken om die via de markt te slijten aan grote investeerders en institutionele beleggers. Bovendien lijkt ook de schuldhandel niet erg koosjer. De Europese regulator startte net een onderzoek naar de mogelijke manipulatie door banken en traders van de biljoenenhandel in overheidsschuld.

In zijn bijdrage in The New York Re-view of Books heeft Piketty het over een New Deal voor Europa. Hij stelt voor om voor alle eurolanden de schuld hoger dan 60 procent onder te brengen in een gezamenlijk fonds, met een moratorium op de terugbetalingen, tot elk van die landen een economisch groeipad bereikt vergelijkbaar met dat in 2007. Want de groei in de eurolanden, gebukt onder een totale schuld van nagenoeg 9.500 miljard euro of 93,5 procent van het bruto binnenlands product, blijft nog altijd onder het niveau van voor de bankencrisis.

In plaats van schulden en vooral rentes terug te betalen kunnen de lidstaten dan investeren in de eigen sociale zekerheid, in onderzoek en ontwikkeling, in onderwijs en in infrastructuur. Een regeling die van nut zou zijn voor België, dat helemaal onderaan prijkt op de lijst met overheidsinvesteringen.

Piketty’s voorstel is niet nieuw. Maar hij voegt er wel een belangrijke voorwaarde aan toe. Volgens hem moet de euro-zone een eigen parlement krijgen met verkozenen uit de nationale parlementen. Die moeten waken over de investeringen in innovatie en onderwijs, de gelijkschakeling van de vennootschapsbelasting en het behoud van het Europese sociale model. Het huidige machteloze Europees Parlement is vooral met zichzelf bezig. Precies de belemmering van de democratie bracht de eurolanden waar ze nu staan: opnieuw aan de rand van een bankencrisis en een recessie.

De Tijd, pag. 57.

← Terug naar het overzicht